Maarschalk van Saterslo – Het verhaal…

De begraffenis van ’n Maarschalk

Het moet een bijzondere slechte dag zijn geweest, de 28ste september 1262. Saasveldse boeren, horigen en edellieden uit de wijde omtrek trotseerden regen en wind om hun kasteelheer Herman van Saterslo ten grave te dragen. Aangespoord door donder en bliksem lieten ze de zware lijkkist van hun ‘Grote Maarschalk’ in de moerassige gronden van ’t Mölnven zakken. Maar nog voor de lijkkist de bodem van de kuil raakte, klonk een strabante stem: Elk joar zal ik énen hanentred nöager noar mien kasteel hen kommen. Ik zal burcht Saterslo in oale luister herstellen en weer heersken oaver mien gebied! Al eeuwen klinkt in en om Saasveld de vraag: Hoo wied zol he der met wean?

Bovenstaande legende vormt de basis voor Maarschalk van Saterslo. Evenals diverse andere sagen en legendes die Saasveld kent. Hoe mooi zou het zijn om de rijke Saasveldse historie in een theatraal muziekstuk te vereeuwigen, dacht de Koninklijke Muziekvereniging St. Caecilia. En zo geschiedde…

Maarschalk van Saterslo – de uitvoering

Maarschalk van Saterslo kent vier hoofdpersonages die door de eeuwen heen leven: Kearl, Wief, Wicht en Jungske. Ze waren er altijd al, ook toen de Grote Maarschalk nog leefde. Door de eeuwen heen houden zij dezelfde leeftijd, behalve het Jungske. De Grote Maarschalk is eigenlijk de grote ster, ook al schittert hij door afwezigheid. Maar die belofte van hem: dat ie ooit terug zal komen en dat het dan drie dagen feest zal zijn… Dat is geweven in het stuk.

Daarnaast komen meer sagen en legendes van Saasveld terug in het stuk. De putschat van Dulder bijvoorbeeld. Wat er daarvan is doorverteld, zijn voornamelijk de roddels over iemand die ineens ‘onverklaarbaar’ veel kon kopen. En die roddels houden het eeuwen vol. Ook al kennen we de mensen waar het over gaat allang niet meer, we vragen ons toch nog af: “woar dut hij het van?!”

Uiteindelijk is Maarschalk van Saterslo een theatraal muziekspektakel. Waarbij de sagen en legendes, liefde en veel humor samenkomen. Naast de vier hoofdpersonages, neemt Verteller Jan Riesewijk de gasten mee in het verhaal. Alles in het Twents dialect. Waarbij de muzikale uitvoering ligt bij het
orkest en drumband van de Koninklijke Muziekvereniging St. Caecilia en een 80-koppig koor.

De putschat van Dulder

Het is een mooie morgen in November 1813. Boer Holtkamp is met z’n gezin aan het werk op het knollenland. Hij heeft zich niet vergist. Al enige tijd denkt hij hoefgetrappel te horen uit de richting Oldenzaal en nu valt hem op dat het een grote troep soldaten is die aan komt galopperen. Van achter de houtwal ziet hij dat in de verte een kleine groep zich afsplits en bij zijn boerderij halthoudt, terwijl de hoofdmacht verder trekt richting Almelo. Thuis is het dienstmeisje bezig met de voorbereiding van het middageten. Het spektakel buiten ontgaat haar niet. Ze is niet bang aangelegd, maar ze houdt zich wijselijk stil. Dat verandert als ze plonsgeluiden hoort bij de waterput voor het huis. Ze opent de bovendeur op een kier… Er valt een schot. Boer Holtkamp heeft het schot gehoord en ziet de
soldaten weggalopperen. Hij begeeft zich zo snel hij kan naar huis. Tot z’n grote schrik treft hij hier het ontzielde lichaam van het dienstmeisje aan.

Het verhaal gaat dat de dienstmeid de soldaten betrapte op het moment dat zij geld wilden verstoppen in de put. Als getuige van het verstoppen van het geld moest ze wel monddood worden gemaakt. Volgens de sage zou boer Holtkamp het geld bij het schoonmaken van de put zijn tegengekomen, hij blijkt later namelijk onverklaarbaar veel geld te bezitten en koopt veel boerderijen in de nabije omgeving op. Erve Holtkamp is tot op heden een bekende plek in Saasveld.

Een groot deel van de dertiende en veertiende eeuw was Saterslo een echt slot van roofridders. Deze roofridders waren niet zo dol op hun leenheren, de bisschoppen van Utrecht. Er gaat een verhaal in de ronde dat in de muur van het Saasveldse kasteel in de richting van Oldenzaal een leeuwenkop zat met een uitgestoken tong. Dit om de macht van de bisschop voortdurend te bespotten.

De leeuwenkop met uitgestoken tong

Een groot deel van de dertiende en veertiende eeuw was Saterslo een echt slot van roofridders. Deze roofridders waren niet zo dol op hun leenheren, de bisschoppen van Utrecht. Er gaat een verhaal in de ronde dat in de muur van het Saasveldse kasteel in de richting van Oldenzaal een leeuwenkop zat met een uitgestoken tong. Dit om de macht van de bisschop voortdurend te bespotten.

Herman, de Grote Maarschalk

Het voormalige kasteel Saterslo kende diverse bewoners. Rond 1250 is een zekere Herman van Saterslo (een man van aanzien in het Bisdom van Utrecht) in de streken van Saasveld en Dulder gekomen. Hij heeft een begin van versterking gemaakt in het moerassige, moeilijk te benaderen gebied. De bewoners hielpen hem, zij werden goed behandeld door hem. Herman zou de bewoners aangevoerd hebben, als er onraad was en vijanden naderden. Eens vond er een veldslag plaats tussen de boerderij van Schepers-Schutte en Roetgerink. Hierna kreeg deze streek de naam ‘Huupool’. Er vond een strijd plaats met knotsen, messen, speren en pijl en boog. Na deze
overwinning was er 3 dagen lang feest op het kasteel van Saterslo, het eigen gebrouwen bier vloeide er rijkelijk. Vanaf toen kreeg Herman van Saterslo de bijnaam Herman de Grote Maarschalk!

Leuk hè! Die verhalen…. Check de website binnenkort nog eens. En lees nog meer sagen en legendes over Saasveld.

Houd deze website en onze Facebook in de gaten voor meer verhalen en geschiedenis over de Maarschalk van Saterslo.